<script> <style>

dinsdag 22 november 2016

Depressie: Vertrouwen in mijzelf krijgen


Het blijft een rare gewaarwording en ik kan er nog niet mee omgaan; mensen tegen wie ik opkijk die mij als gelijkwaardig zien.
Dat klinkt heel vaag en wellicht ook wel erg sneu, maar door de manier waarop mijn leven is verlopen heb ik geen vertrouwen in mijzelf en vind ik mijzelf erg minderwaardig ten opzichte van veel mensen. Heel veel mensen. Eigenlijk iedereen, ik kan altijd wel een reden verzinnen. Dat is ook haast wel knap te noemen.



Een moeder van een kind met een beperking en heel tof mens waarmee ik online contact heb die mij complimenteert met mijn blog als ik haar in het echt tref en na veel twijfelen toch aan durf te spreken (ik ging er vanuit dat ze me niet zou herkennen en vreesde de blik vol ongeloof dat ik haar aansprak, maar ze was net zo blij mij te zien als ik haar), dat ze zegt dat ze het met plezier leest omdat ik boeiend kan schrijven over interessante onderwerpen. Een vrouw met een inspirerende levenshouding, met een goedlopend bedrijf; die ziet mij als gelijkwaardig? Die nodigt mij uit voor een feest?! Droom ik?

Een oud-collega tegen wie ik vroeger erg op keek, waarvan ik dacht; als ik nou zo slank zou zijn als haar, zo sportief, zo populair, dan word ik wel gezien en serieus genomen. Dan komt het goed. Dat die oud-collega mijn blog volgt, dat ze spontaan een cadeautje voor mij koopt omdat ze tegen iets aan liep en aan mij dacht; ik kan het haast niet geloven. Zij vindt mij aardig genoeg om zoiets hartverwarmends voor te doen.

Een moeder die iets verder op woont en altijd erg vriendelijk groet; vandaag fietsten we toevallig dezelfde kant op en durfde ik het aan haar aan te spreken. Wat een leuk mens! Ze vertelt me dat ze het zo knap vindt dat ik zoveel sport, "altijd in de weer als ik je zie!". Dat zij me ziet, dat het haar opvalt, het verbaast me.

Ik weet het, bla bla, vroeger, gepest, in de steek gelaten door m'n vader, familie, m'n latere stiefvader, m'n schoonmoeder; och wat zielig/wat ben je toch sneu/zeik niet zo, iedereen heeft wel wat/elk huisje heeft z'n kruisje (doorhalen wat niet van toepassing is).
Maar dat heeft iets stuk gemaakt in mij waarvan ik dacht dat het onherstelbaar kapot was, maar ik nu voorzichtig van durf te denken dat het misschien toch deels kan helen.

Het begon voorzichtig met het opbouwen van een vriendschap met iemand die ik al 28 jaar ken. Dat zij mij leuk genoeg vindt, zeker zoals ik nu ben, zwaar depressief, om tijd en energie in te steken, iets wat al zo kostbaar is bij haar door haar ziekte; dat plantte het zaadje.
Dat mijn vriendinnen A., M. en D. mij niet in de steek hebben gelaten, ondanks die &*^%$ depressie, dat W. nog steeds bij me is gebleven en me nog steeds elke dag meerdere keren vertelt dat ie van me houdt, dat alles geeft me het vertrouwen in mijzelf dat ik best wel oké ben en het leven waard ben.

Ik vind het moeilijk en doodeng tegelijkertijd, ik wil geen rol spelen en mijzelf zijn, maar wie ben ik dan? Altijd heb ik geprobeerd me aan te passen naar wat ik dacht dat men zou willen zien, maar als je dat doet speel je een rol en ben je niet oprecht.
Ik wil echt zijn, maar ben zó bang voor de afwijzing. Het was voorheen niet goed genoeg, hoe hard ik m'n best ook deed; mensen gingen tóch weg/bleven pesten/mij negeren.

Alle lieve mensen om mij heen die voor mij klaar staan, mijn blog volgen, meeleven met ons: 

Mijn therapeut zei vandaag dat ze erg blij was te horen dat ik vaker voor mijzelf (nou ja, vooral voor L.) op durf te komen, dat ik óndanks mijn angst toch vaker mijn mening durf te geven en durf te zeggen wanneer ik het ergens niet mee eens ben (akkefietje met de locatieleider op school van R., in de apotheek over medicatie van L., bij het expertisecentrum over de manier waarop er dingen in het dossier staan wat eigenlijk niet klopt, mijn Facebookpost op mijn  persoonlijke pagina over schoorsteenpiet ondanks er heel idiote reacties op kwamen en ik er een halve nacht van heb wakker gelegen). Dat is een heel goed teken, er is zeker een stijgende lijn.

Daarop proost ik met een glas rode wijn; alles is tijdelijk, ook dit kom ik weer te boven. Ik geloof er zelf eindelijk ook weer in. 

Omne finitum.


Geen opmerkingen: